Bespreking van de teststalen

Hieronder geef ik een korte, geschreven bespreking van de teststalen. Je mag altijd foto's opladen bij de commentaren hieronder!


Alle combinaties met "A" bevatten kobalt. Zoals je kan zien is kobalt een zeer sterk kleurend oxide. Je gebruikt er maar heel weinig van (0.3%) maar toch zijn bijna alle stalen blauw. Wees altijd voorzichtig bij het gebruik van kobalt; less is more! Je spot misschien ook grijs in de combinatie kobalt-nikkel. Grijs is geen simpele kleur om te maken maar met de juiste hoeveelheid kobalt (ergens tussen 0.1% en 0.2%) en de juiste hoeveelheid nikkel carbonaat (ergens tussen 1-3%) en in de juiste basis (zie later meer) lukt het meestal wel!


De "B" stalen bevatten mangaan. Dat kleurt meestal bruin maar in de glanzende basis kan het ook hinten van paars vertonen in combinatie met tin, zirkoon of titanium.


De koperhoudende stalen (C) zijn overwegend groen maar kunnen ook turquoise vormen in combinatie met tin of zirkoon of titanium en in de juiste basis!


De stalen met "D" bevatten nikkel carbonaat. Dit geeft meestal bruin en groentinten.


"E" is best speciaal. Deze stalen bevatten chroom en zoals je gezien hebt in de presentatie over kleurende oxiden kan dat heel verrassende resultaten geven. In de glanzende basis geeft chroom alleen een fris groen, zoals spinazie. In combinatie met tin wordt het roze. Let op, ook andere stalen kunnen (lichtjes) roze kleuren. Dit is mogelijk sympathiebrand van rondvliegend chroom in de oven. De hoeveelheid is te klein om last te kunnen berokkenen in volgende glazuurbakken maar houd er wel rekening mee mocht je een chroom-houdend glazuur in grote hoeveelheden willen aanmaken.

In de matte basis geeft chroom geen frisgroen en ook geen roze maar eerder een huidkleurig/bruine tint. Dat komt omdat in deze basis magnesium zit. De combinatie van chroom, calcium en magnesium zorgt ervoor dat de roze en fris groene tint niet tot uiting komt.


Rood ijzeroxide, "F" is een heel gevarieerd oxide. Ikzelf ben grote fan van ijzer in de matte basis. Daar geeft het warme en mooie schakeringen. Maar wat men zegt is waar: over smaak valt niet te twisten!


Rutiel (G) en titanium oxide (H) zijn eigenlijk allebei titanium maar bij rutiel is het zwaar verontreinigd met ijzeroxide (tot wel 20%). Beide zijn opaakmakers maar niet zo'n goede. Ze zijn veel beter bekend voor hun effectgevende eigenschappen. Kijk maar eens goed naar de tegels waarin rutiel of titanium gecombineerd zit met een ander kleurend oxide. Als je streepjes, wolkjes, vlekjes ontdekt is dat te wijten aan die stoffen. Ze geven leven aan een glazuur. Ik gebruik ze persoonlijk heel graag en vaak!


Tot slot de echte opaakmakers tin oxide (I) en zirkoon silicaat (J). Laat je niet misleiden als het staal met tin oxide roze ziet in de glanzende basis, dat is te wijten aan rondvliegend chroom. Puur tin is gewoon wit. Net zoals zirkoon silicaat dat trouwens niet beïnvloed wordt door chroom. Tin is een sterkere opaakmaker dan zirkoon silicaat. Je hebt er maar ongeveer de helft van nodig om hetzelfde dekkende effect te bekomen.


Bestelde je een box met matte glazuren? Lees zeker dan even dit:

het matte glazuur in deze box heeft een kleiner smeltbereik dan de glanzende glazuur. Dit glazuur smelt prima vanaf cone 6 (1220°C - 1240°C) maar kan begin druipen vanaf temperaturen rond 1260°C - 1280°C. Je denkt nu vast: ik bak niet zo hoog. Kan zijn maar mijn ervaring is dat het "heatwork" in veel ovens hoger is dan de ingestelde eindtemperatuur. Hierdoor stook je je glazuren mogelijk hoger dan je denkt. Dat is op zich niet zo erg: de meeste glazuren hebben een breed smeltbereik en kunnen iets hogere temperaturen best aan. Indien niet pas je best het stooktraject aan of zelfs de insteltemperatuur. Het kan dus best zijn dat je je oven op 1200°C moet instellen om toch cone 6 te stoken. Nu, het matte glazuur is gevoelig aan die eindtemperatuur. Vertoont je matte glazuur dus druipers dan is dat wellicht omdat je het te hoog gestookt hebt (of veel te dik hebt aangebracht). Kijk dus goed naar de kegels om in te schatten of je mogelijk te heet gestookt hebt. Als je toch te heet gestookt hebt en je matte glazuur is een beetje afgedropen kan het zijn dat je merkt dat het glazuur glanzender is dan een mat glazuur hoort te zijn. Dat kan kloppen. Door het (te sterk) smelten druipt een deel van het glazuur harder dan een ander deel en daardoor verandert de samenstelling van het glazuur. De glazuur in de druppel heeft dus een andere samenstelling dan het (minder sterk) afgedropen glazuur. Daardoor begint het soms te glanzen. Ook de toevoeging van bepaalde kleurende oxiden kan een effect hebben om de smelttemperatuur en zelfs op de chemische samenstelling waardoor sommige stalen misschien iets glanzender zijn dan je verwachtte.


Wil je zelf glazuren namaken lees dan zeker even dit!!


Als je een grotere hoeveelheid (bijvoorbeeld 1kg) glazuur wilt maken met enkel "A", kobalt oxide dan weeg je grondstoffen af zodat je in totaal 1kg basisglazuur bekomt. Daaraan voeg je 0.3% kobalt oxide toe. Dat wilt zeggen 3g kobalt oxide. Vind je echter de combinatie AH (kobalt en titanium oxide) heel erg mooi en wil je daarvaan 1kg maken dan moet je de hoeveelheid kobalt en titanium delen door twee!! In het testpotje AH was dat namelijk ook het geval. Je voegde immers 15ml van het ene en 15ml van het andere glazuur toe. Door dit te doen verdunde je zowel het glazuur A met kobalt als het glazuur H met titanium met de helft (in potje A zit immers geen titanium en in potje H zit immers geen kobalt)! Hou hier dus rekening mee als je de glazuren wilt namaken! Glazuur AH in 1 kg wilt dus zeggen dat je daaraan 0.15% kobalt (1.5g op 1 kg) en 5% titanium (50g op 1kg) moet toevoegen. Je hebt in totaal dan 1051.5g poeder gemaakt maar dat maakt helemaal niet uit in de praktijk.

Wil je toch echt exact 1kg maken? Dan moet je "normaliseren" zoals we gedaan hebben in de oefeningen.



624 keer bekeken86 reacties

©2020 by SOGO KERAMIEK